Week van 1 tot 14 augustus Nog net vakantie en opinieartikel megastallen
augustus 22, 2011
Door op 22:39

Deze week zijn alle vakanties nog volop aan de gang en heb ik zelf ook nog vakantie. Maar terug in Nederland kriebelt het toch en bereid ik me al voor op komende weken. Deze week heb ik samen met wethouders Lucixebn Peeters (Venray), Wim Hermans (Peel en Maas) en Paul Vogels (Leudal) nog een gesprek met oud-Minister Alders in Utrecht in het kader van het nationale debat over megastallen. In het gesprek geven we met nog enkele andere gemeenten uit het land aan hoe wij aankijken tegen de discussie, welke specifieke ervaringen en vraagstukken wij hebben in Noord-Limburg. Ter voorbereiding op deze bijeenkomst heb ik navolgende opinie geschreven.

Debat megastallen
x91Het gaat om een toekomstbestendige veehouderij, niet om de grootte van de stalx92
De roep om een plafond aan de omvang van de veehouderijstal is de verkeerde oplossing voor een terechte vraag: waarheen met onze intensieve veehouderijsector?

Niet het landelijk bepalen van een bovengrens aan de grootte van een stal is de gewenste uitkomst van het maatschappelijk debat over megastallen. Dat zou lijken op symboolpolitiek en symptoombestrijding. Alleen al in Limburg hebben we nu al meer dan 140 vergunde stallen die voldoen aan de definitie van x91megastalx92. De kern van het door staatssecretaris Bleker ingezette debat over megastallen gaat over welke visie hebben we op de toekomst van de veehouderijsector in ons land. Een toekomstvisie die hard aan herziening toe was na de uitbraak van dierziektes die serieuze risicox92s meebrachten voor de volksgezondheid.

Uit onderzoek blijkt dat de opvattingen van de Nederlandse bevolking uiteen lopen: 17% wijst megastallen resoluut af, terwijl 13% ermee instemt. De grootste groep heeft nog geen definitieve mening bepaalt. In het nuttige brede maatschappelijke debat dat nu gaande is onder leiding van oud-minister Alders gaat het gelukkig ook steeds meer om onze visie op de toekomst van de veehouderij in Nederland. In het debat draait het vooral om de argumenten op het gebied van dierenwelzijn en mogelijke risicox92s voor de volksgezondheid. In het verleden ging het debat nog vooral om milieu en natuur. Door met name de uitbraak van Q-koorts en de overslag naar mensen toe is dat gekenterd.

Om aan nieuwe eisen te voldoen en de investeringen rendabel te maken zal de druk op schaalvergroting niet minder worden. De uitkomst van het debat zal dus niet zijn een begrenzing van de grootte van de veebedrijven. Bepalend zijn de nieuwe maatschappelijke eisen aan de veehouderij in relatie tot de volksgezondheid en het dierenwelzijn. Deze eisen moeten vertaald worden in een toekomstbestendige veehouderijsector. Met het accent op duurzame ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt ook dat de meeste Nederlanders een voorkeur hebben voor een scenario waarin schaalvergroting wordt toegestaan, maar wordt gekoppeld aan strenge regels op het gebied van landschappelijke inpassing, volksgezondheid en dierenwelzijn.

Dat de veehouderijsector niet kan blijven zoals die vandaag is, zal zeker een uitkomst zijn van het maatschappelijke debat en de discussie daarna in de Tweede Kamer. Dat zal voor velen geen verrassing zijn. De varkenspestcrisis heeft destijds geleid tot de Reconstructiewet en de keuze om de veehouderijbedrijven meer te gaan concentreren in de zogenoemde Landbouwontwikkelingsgebieden. Daarbij is ervoor gekozen om deze gebieden zoveel mogelijk op afstand te zetten van belangrijke natuurgebieden. Er is in de veehouderij de afgelopen jaren veel bereikt om de natuur minder te belasten en milieu-emissies terug te dringen. Er zijn allerlei innovaties geweest die de ammoniakuitstoot, de geuremissie en zelfs de fijnstofuitstoot in de nieuwste stallen hebben teruggedrongen tot een fractie van de traditionele huisvesting. De noodzaak dus om concentratiegebieden zo ver mogelijk weg te houden van natuurgebieden is daarmee minder geworden. De uitbraak van Q-koorts en de vrees voor andere infectieziekten die kunnen worden overgedragen van dier op mens leiden nu tot een ander accent, namelijk de veehouderijbedrijven zoveel mogelijk saneren in dorpsranden en weghouden bij woonwijken. Daarmee is de concentratiegedachte niet weg. Wel zullen de gestelde eisen aan de landbouwontwikkelingsgebieden daarmee veranderen.

De winst van het huidige debat over megastallen is dat er meer aandacht is gekomen voor de relatie tussen veehouderij en volksgezondheid en dat het gewenst is dat er op dat punt heldere nationale kaders komen. Het instrument van een Gezondheidseffect screening (GES) is nog maar zeer beperkt toegepast bij het bepalen van ontwikkelingsruimte voor de veehouderij en dat zou nationaal veel beter ingekaderd kunnen worden.

En met die landelijke kaders kunnen gemeenten en provincies prima zelf bepalen welke veehouderij waar mogelijk is, waar sanering aan de orde is en hoe de kwaliteit van het landelijk gebied geborgd kan worden. Terecht wijst de VNG een landelijk regime met een absolute begrenzing van de schaalgrootte voor de veehouderij af als onnodig en onwenselijk. De gemeente staat als eerste overheid het dichtst bij de burgers en kan het beste in dialoog met alle belangen de afwegingen maken die passen bij die lokale omstandigheden. Dat is zeker geen gemakkelijke opgave voor lokale bestuurders en politici maar wel een waar zij voor dienen te staan en die zij moeten kunnen verantwoorden voor de lokale bevolking. Vanwege emoties of burgerinitiatieven de verantwoordelijkheid maar doorschuiven naar een hogere bestuurslaag zou pas echt een teken van zwakte zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>